Interview met NOREA-voorzitter Jeroen Biekart 'Ik zou bruggenbouwer willen zijn'

11 juni 2014
In dit artikel:

Het is u vast niet ontgaan. NOREA heeft vanaf 5 december 2013 een nieuwe voorzitter: Jeroen Biekart (voor degenen die hem nog niet ontmoetten: spreek uit Biekáar). Tot dat moment was hij penningmeester, dat weten we. En hij was en is linking pin van NOREA bij de werkgroepen ZekeRE Zorg en Financial Audit support, eveneens bekend. Mededirecteur bij Noordbeek IT Audit, Compliancy & Advisory, dat weten we ook. Maar verder: wie is Jeroen en welke ideeën heeft hij over NOREA en over ons vakgebied? Daar waren wij benieuwd naar, net als u vermoeden wij. Daarom troffen wij hem begin januari op het NOREA-kantoor voor een interview.

Breed grijnzend komt Jeroen ons tegemoet – hij heeft er duidelijk zin in. Tijdens het gesprek leren wij hem kennen als een boeiend causeur. Vlot pratend én zorgvuldig formulerend. Energiek, gedreven, open en vol ideeën. En hij geniet zichtbaar van onze discussies.
Onze lezers en wij zijn benieuwd: wie is onze nieuwe voorzitter?

Wie is Jeroen Biekart?

‘Wie ik ben? Laat ik bij het begin beginnen: in 1992 studeerde ik af aan de Universiteit Brabant voor BIK.  Daarna ben ik bij (Moret) Ernst & Young (nu EY) gaan werken, eerst in Den Haag en later in Amsterdam. In de tussentijd behaalde ik ook mijn RA-titel aan de Universiteit van Brabant, inmiddels Tilburg University, ben ik aan de Vrije Universiteit Amsterdam voor IT-auditing ‘opgegaan’ en heb ik bij die universiteit zeven jaar lesgegeven aan accountancystudenten in BIV/AO. Dat deed ik tot 2005.’

Was het een bewuste keuze om eerst RA te worden en daarna RE?

‘Ik wilde vroeger F16-piloot worden… Ja echt! Maar ik kreeg een bril, dus dat feest ging niet door. Bij de Marine moest ik elf jaar tekenen, dat wilde ik als zeventienjarige niet. En ja, mijn vader is accountant en dat vond ik op zich ook fascinerend. Op een volstrekt andere manier natuurlijk, maar hij kwam altijd met spannende verhalen thuis. Toch heb ik eerst nog van alles uitgezocht om maar geen RA te worden. Uiteindelijk wilde ik wel “iets” met automatisering doen, daarom de keuze voor BIK in Tilburg en daarna IT-auditing in Amsterdam. Ik wilde heel graag het vak leren bij een accountantskantoor. Ik solliciteerde bij KPMG, maar daar was geen ruimte om eerst RA te worden en dan RE en bij EY was dat wel, dus zo ben ik daar terechtgekomen. Toen ik eenmaal koos om iets met accountancy en IT-auditing te gaan doen, wilde ik ze wel beide. In 2009 ben ik weggegaan bij EY en sinds dat moment werk ik bij Noordbeek. In datzelfde jaar ben ik ook penningmeester geworden van NOREA. Zo ben ik in het bestuur gekomen. Na een paar jaar in het bestuur als penningmeester, stelde ik me beschikbaar voor de functie van voorzitter.’

Ik wilde vroeger F16-piloot worden

Wat heeft je doen besluiten om die stap te zetten, want het zal veel van je vragen de komende jaren. Het is allerminst vrijblijvend, toch?

‘Dat laatste is niets nieuws, want vrijblijvend was het als penningmeester natuurlijk ook al niet. Toen ik in 2009 het bestuur kwam versterken, stonden de financiën er niet zo heel goed voor. Hans Donkers was toen voorzitter en die heeft mij samen met Dirk Brouwer en Wilfried Olthof uitdrukkelijk verzocht om daar flink aandacht aan te besteden om de penningen op orde te krijgen. Het duurde zeker twee, drie jaar voordat we echt financieel weer boven Jan waren. Als penningmeester werk je heel nauw samen met het bureau onder leiding van Wilfried Olthof, de secretaris en de voorzitter. Gaandeweg hebben Ard Niessen en Jan Roodnat mij zo’n beetje geleerd hoe je tegen verenigingszaken en NOREA-kwesties aan kunt kijken. Zowel naar buiten toe, maar ook intern als vereniging. Je hebt het vaktechnische deel, en als penningmeester ben je gericht op de jaarrekening, het reilen en zeilen van het bureau, maar als secretaris en als voorzitter heb je ook veel meer een functie als representant van het beroep naar buiten toe.’

‘In het begin was ik nog erg gericht op de financiën, maar toen de debiteurenpositie eenmaal op orde begon te raken, ben ik er ook andere onderwerpen bij gaan zoeken als vaktechnische zaken: integrated audit, ik werd trekker van ZekeRE Zorg en Jan en ik ondersteunden het opstellen van het kwaliteitsreglement. Zodoende werd mijn taak steeds breder en kreeg ik steeds meer te zien en te doen; ik raakte meer inhoudelijk betrokken. Ook bij de plannen voor een fusie met ISACA. Daar was een stuurgroep voor geformeerd, bestaande uit de vicevoorzitter en voorzitter van beide verenigingen. Maar ook als penningmeester lever je behoorlijk wat input. Je moet natuurlijk de budgetten rond zien te krijgen, maar ook inhoudelijk: is dat nou eigenlijk wel een goed plan om onder die voorwaarden die fusie te realiseren? Toen die fusie niet doorging, hebben we ons herbezonnen en gezegd: we moeten toch gaan werken aan een strategie voor de komende jaren. Ard heeft mij toen gevraagd om samen met Irene Vettewinkel in die strategiecommissie zitting te nemen. Dat was, vermoed ik, het moment waarop Ard begon te denken aan mij als zijn opvolger.’

Je bent dus door het vorige bestuur gevraagd om erover na te denken. Wat heeft je over de streep getrokken? Wat was jouw drijfveer om ja te zeggen?

‘Als penningmeester heb ik de NOREA leren kennen als een vereniging met leden waar heel veel drive in zit, waar commissies behoorlijk actief zijn. Iedereen doet enorm zijn best om er iets goeds van te maken. En dat doe ik ook, ik ben bereid om er behoorlijk wat tijd in te steken en vind het best een eer om als voorzitter de NOREA te vertegenwoordigen en de beroepsvereniging wat bekender te maken dan dat we nu zijn.’

Iedereen doet enorm zijn best om er iets goeds van te maken

 

Niet om vervelend te doen, maar een paar jaar geleden hebben we Ard geïnterviewd. Hij had net als jij de ambitie om het vakgebied en de IT-auditor zijnde RE bekender te maken. Wat ga jij anders doen?

‘De vraag is óf ik het wel anders ga doen. Ik denk dat NOREA het tot op heden in de communicatie nog helemaal niet zo slecht doet en dat we best trots mogen zijn op wat we in een korte periode met z’n allen hebben neergezet. Ik vind dat we in twintig jaar tijd, best een korte tijd voor een nieuw beroep, er al heel goed in zijn geslaagd om duidelijk te maken aan mensen die er toe doen, wat we kunnen. Ook wat we niet kunnen, maar vooral ook wat we wél kunnen. Dat is nog geen reden om achterover te gaan leunen, want we zijn bij nog teveel doelgroepen relatief onbekend. De ontwikkelingen om ons heen gaan dusdanig snel dat je als IT-auditor en als NOREA wel bij móet blijven en gericht moet communiceren over wat we doen en wat we kunnen. Neem het NBA, een van onze belangrijkste stakeholders. We hebben heel goed duidelijk kunnen maken aan het NBA wat wij kunnen. We zijn dan ook de enige niet-accountants die geaccrediteerd zijn om assurance te verlenen. Toch is ook bij accountants soms nog verwarring over wat we kunnen.’

Assurance is het pareltje van de RE

 

OK, gericht communiceren dus…

‘Vorig jaar zetten we twee trajecten uit: de eerste is de communicatiestrategie, de tweede is VISIE2020. Aan beide werk ik actief mee en het is de bedoeling dat we daarin gaan uitdenken wat de acties zijn voor de komende jaren. Ik vind dat we een begrijpelijke en heldere strategie moeten ontwikkelen en dat we wat meer moeten durven om daar in de buitenwereld over te communiceren. Ik wil hier niet vooruitlopen op de discussie die nog moeten plaatsvinden in het bestuur en met de leden, maar ik kan wel op persoonlijke titel wat vertellen over hoe ik tegen zaken aankijk. Neem bijvoorbeeld de fusie met ISACA die niet gelukt is. Ik vind dat we dan een nauwe samenwerking moeten nastreven om internationaal erkend te worden en te blijven. Dat kan op verschillende manieren, met ISACA, of wellicht met IFIP (International Federation
for Information Processing). Wisten jullie dat Leon Strous RE CISA daar voorzitter van is? Ook op Europees vlak moeten we iets, misschien dat we met PvIB wat meer moeten samenwerken dan we op dit moment doen. Als vereniging zouden we misschien gerichter met onze stakeholders bezig kunnen zijn, ook internationaal. Nogmaals, de discussie moet hierover nog gevoerd worden, maar ik denk persoonlijk dat het wel heel erg verstandig is om dat te gaan doen.’

‘Sowieso ben ik een groot voorstander van samenwerking. NOREA heeft primair een assurancefunctie, maar behalve dat heb je nog allerlei aanpalende beroepsgroepen, waar we als RE kennis van hebben en waarmee we dus meer dan we nu doen, kunnen samenwerken. Ik denk bijvoorbeeld aan de samenwerking met het NBA. Ondersteuning bij jaarrekeningcontrole is een aparte tak van sport, dat moet je als RE wel willen, maar als je het dan wilt, dan moet je dus ook over en weer meer begrip hebben van wat er allemaal speelt. Dat vereist dus een voortdurend samenspel. Als je als RE de rol van internal auditor hebt, dan bezit je een heleboel expertise die je als RE kunt inbrengen. Daarvan vraag ik me af of dat op dit moment al ten volle door NOREA wordt ondersteund en uitgedragen. Daar kunnen we nog stappen in maken. En dan hebben we nog de categorie RE-leden die niet meer als zodanig met het vak bezig zijn, maar functies hebben als risk officer, information security officer, CIO, of die in de IT-lijnorganisatie werkzaam zijn. Dat zijn eigenlijk allemaal mensen die zeggen: “joh, ik ben heel blij met de opleiding en de ervaring die ik als RE heb, nu zet ik een volgende stap maar daar zie ik NOREA niet echt in terug.” Ik zou het daarom ook heel fijn vinden als we ook voor die groep leden wat zouden kunnen bieden in de toekomst. Verder is er een groeiende groep zzp’ers die we de normale “RE-dingetjes” wel bieden, maar als je de zzp’ers zo hoort dan hebben ze best wel wat plannen en wensen waar we ze meer in tegemoet kunnen komen.’

‘Wat verder nog speelt, is dat de RE-titel internationaal niet is (h)erkend; het is echt iets van Nederland. Verder hebben de opleidingen het best lastig op dit moment. Die zien al een paar jaar de aantallen studenten teruglopen. Dat is te verklaren uit de economische crisis. Alles goed en wel, we moeten er wel voor zorgen dat het qua aantallen een haalbare kaart blijft. Kwalitatief zijn de opleidingen prima op orde, maar ze moeten wel overleven.’

Hoe kijk jij aan tegen assurance als Unique Selling Point van een RE?

‘Ja inderdaad, assurance… dat is “het pareltje” van de RE en daar zullen we heel zuinig op moeten zijn. Dit is wat een RE onderscheidt van allerlei andere IT-consultants. Wel is het nog maar de vraag of het assurance zal zijn waar in de toekomst vraag naar is vanuit organisaties. Het bestuur onderkent dit punt. We verwachten dat de vraag naar assurance alleen nog maar zal toenemen, maar wellicht in andere vormen. Daar denken we over na in VISIE2020, maar we spreken ook de individuele RE’s aan op hun verantwoordelijkheid om dat kwalitatief hoogwaardig in te vullen en te blijven invullen. In de externe communicatie gaan we daar ook iets mee doen. Dat wordt een van de moeilijke dingen trouwens, maar daar schrik ik niet voor terug. Op dit moment staan we met beide benen en duidelijk zichtbaar in de markt. Maar als we niks doen, dan kalft dat vanzelf af. En we moeten ook internationaal denken, anders doen zij het voor ons. Daarom vind ik het jammer dat onze pogingen om tot een fusie, of anders een nauwe samenwerking met ISACA te komen vorig jaar niet tot resultaat hebben geleid. Tegen de voorwaarden die er lagen, denk ik dat een fusie toen inderdaad niet erg slim zou zijn geweest, maar voor mij blijft het belangrijk dat NOREA ook internationaal herkenning en erkenning krijgt. In ieder geval zou het streven moeten zijn om de RE-titel en alles wat we daarmee kunnen, internationaal uit te dragen. ISACA was daar in mijn ogen een springplank voor en met de fusie hadden we ook behoorlijk wat invloed binnen ISACA internationaal kunnen krijgen. Een van de dingen waar ik nu dan ook al mee bezig ben, is de samenwerking met ISACA weer nieuw leven inblazen: bekijken wat we daarmee wederzijds kunnen realiseren, hoe we dat kunnen doen. Denk aan de seminars. We houden nu een keer per jaar samen met ISACA een seminar, maar misschien zouden we dat vaker kunnen doen voor bredere doelgroepen. Misschien dat we wel een cursusaanbod kunnen maken waar zowel ISACA-leden als NOREA-leden uit kunnen putten en daar hun voordeel mee kunnen doen. Ik blijf van mening dat het via ISACA mogelijk moet zijn om de RE internationaal gezien “groter” te maken. Dat hoeft niet per se tot een nieuwe poging tot fusie te gaan leiden. Maar het zou er wel toe moeten leiden dat de RE als titel, als instituut, internationaal erkend is.’

Wat zijn jouw uitdagingen voor de komende jaren als voorzitter van NOREA?

‘Mijn uitdaging is om gezamenlijk een begrijpelijke en uitvoerbare strategie uit te zetten. Een visie die we vervolgens met ons allen concreet in de praktijk gaan brengen, en die zowel onze individuele leden als ook NOREA verder brengt. Die ook het beroep IT-audit extern in ruimere kring dan nu het geval is op de kaart kan zetten. Ik ben ervan overtuigd dat dit mogelijk is. We hebben ongelooflijk enthousiaste leden in verschillende commissies. Allemaal mensen die met een enorme inzet en vaak ook een behoorlijke tijdbesteding aan allerlei zaken werken: inhoudelijke thema’s, handreikingen, richtlijnen, noem maar op. Ik hoop dat ik deze betrokkenheid van leden nog verder kan vergroten. In die zin zou ik een bruggenbouwer willen zijn. Met als doel niet meer of minder dan dat NOREA een leuke plek is, een instituut, zeg maar, binnen assurance. Naast NBA. We zullen nooit zo groot worden als NBA, maar ik zie NBA ook niet als concurrent. Wij geven assurance, net als RA’s, maar wij doen dat op hele andere vlakken.’

Wil je nog iets toevoegen voor we dit interview afsluiten?

‘Laat ik het voor nu even laten bij dit: ik denk dat we in het verleden een klein beetje te bescheiden zijn geweest naar de buitenwereld. We moeten meer durven om naar buiten toe te treden. Op allerlei manieren en, overigens, zeker ook via het blad.’

Thea Gerritse en Thomas Wijsman