Reflex

10 juli 2015
In dit artikel:

Sinds jaar en dag is het tobben met de ICT-projecten van de rijksoverheid. Gaat het door de commissie-Elias voorgestelde Bureau ICT-toetsing (BIT)1 het verschil maken?

Dat moet ik nog zien. Het probleem is namelijk niet dat de organisatiestructuur rond ICT-projecten van de overheid niet deugt. Nee, het is vooral mis met de cultuur rond die projecten. Zie de onheilspellende mix van ingrediënten die de commissie in vogelvlucht noemt. Zo is er ongebreideld ICT-enthousiasme. De Tweede Kamer realiseert zich de cruciale rol van ICT bij de uitvoering van beleid niet. Bewindspersonen zeggen op hun beurt uitvoering van beleid toe, zonder na te gaan of het qua ICT ook echt kan. Ambtenaren spreken vervolgens de politieke leiding te weinig tegen bij onmogelijke beloften aan de Tweede Kamer. En aan het eind van de rit bestellen ministeries iets dat niet kán werken: ‘een auto zonder stuur’, zoals een van de gehoorde experts het uitdrukte.

Wat is het BIT ook weer? Even een recapitulatie van het voorafgaande. In 2011 hadden de Tweede Kamerleden Ger Koopmans (CDA) en Sharon Gesthuizen (SP) genoeg van de voortdurende reeks ICT-debacles bij de rijksoverheid en namen ze het initiatief tot een parlementair onderzoek naar oorzaken en oplossingen. Dit leidde tot de Tijdelijke commissie ICT-projecten bij de overheid (de commissie-Elias), die in 2014 haar eindrapport opstelde. Het BIT is een van de belangrijkste voorstellen van de commissie. Het is een nog op te richten centrale, tijdelijke ‘ICT-autoriteit’. Een ‘niet bureaucratische kleine, efficiënte en slagvaardige organisatie’. Het zal alle projecten van de rijksoverheid boven de vijf miljoen euro waarbij de ICT-component een belangrijke rol speelt gaan toetsen. Pas na groen licht van het BIT kunnen dergelijke projecten starten. Aan het roer van het BIT komt iemand te staan met gezag. Kortom, het BIT moet, in de woorden van de commissie, een bureau ‘met tanden’ zijn.

Meer toezicht, meer procedures, meer centrale macht. Gaat dat werken als het eigenlijke probleem in de cultuur rond de projecten ligt? Wat we hier zien is de standaardreflex van de overheid bij confrontatie met een ‘ongetemd probleem’. De WRR gebruikt deze term voor situaties waarin niet duidelijk is wat het probleem precies is, hoe het aangepakt moet worden en waar en op welke manier dat het beste kan plaatsvinden.2 Sommigen beluisteren in deze term een, volgens mij niet bedoeld fatalisme en daarom spreek ik zelf liever van een nog niet getemd probleem.

Volgens de WRR verdienen ambtenaren juist bij een nog niet getemd probleem meer waardering als inhoudelijk adviseur en loyale doch kritische tegenspeler van de politiek verantwoordelijken. Als er straks een BIT is, worden ambtenaren dan in die zin meer gewaardeerd? Nee, want die rol komt bij het BIT te liggen. Dat bureau zal immers het vonnis vellen over de plannen van de minister, niet de verantwoordelijke ambtenaar. En die kan al snel het gevoel krijgen dat hij of zij de verantwoordelijkheid voor het project verplicht moet uitbesteden aan het BIT als externe instantie.

De WRR schetst ook een beschamend beeld van de verhoudingen tussen Tweede Kamer en ministeries. De Tweede Kamer lijdt aan een voortdurende informatieachterstand ten opzichte van het ambtelijk apparaat en baseert zich daarom noodgedwongen op geruchten en mediaberichten. Incidentenpolitiek is het gevolg. En als resultaat daarvan nemen ambtenaren Tweede Kamerleden niet meer serieus. In de ogen van de Tweede Kamerleden zijn de ministeries op hun beurt verworden tot organisaties die zaken ‘onder de pet’ houden. Dit wakkert bij de Tweede Kamer een afrekencultuur ten opzichte van de ministers aan. Door dit alles is een klimaat ontstaan dat zich volgens de WRR ‘slechts moeizaam leent voor reflectie en het leren van fouten’. Helpt de oprichting van het BIT deze situatie te doorbreken als het om de ICT-projecten van de overheid gaat? Ik vrees van niet. De Tweede Kamer passeert simpelweg de ministeries en verschaft zich met de instelling van het BIT juist een extra instrument voor controle en afrekenen.

Al met al voorzie ik dat het BIT het echte probleem, de cultuur rond ICT-projecten van de overheid, niet zal oplossen. Integendeel, want door de instelling van het BIT zullen de ministers zich al snel ontslagen voelen van de eigen verantwoordelijkheid voor de broodnodige cultuurverandering. Kortom, ik moet nog zien of het BIT als reflex op het nog niet getemde probleem van de ICT-projecten van de overheid werkelijk het verschil gaat maken.

Noten

1 Eindrapport parlementair onderzoek naar ICT-projecten bij de overheid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2014– 2015, 33 326, nr. 5.

 2 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Lerende overheid; een pleidooi voor probleemgerichte politiek. Amsterdam University Press, Amsterdam 2006.

Geen categorie

Drs. Th. (Thomas) Wijsman RE

Thomas Wijsman werkt zelfstandig als coach en strategisch adviseur/onderzoeker.