Boekbespreking

Toezicht als beroep – Theodor Kockelkoren

25 juli 2018 Job Stierman
PDF
In dit artikel:

Op de achterflap staat treffend: ‘Wil je weten hoe toezicht werkt? Dit boek belicht toezicht van binnenuit’. Letterlijk van binnenuit – het boek is door een insider geschreven. De auteur Theodor Kockelkoren was vanaf de oprichting in 2002 tot enkele jaren geleden bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten. Kredietcrisis, woekerpolissen, dakpan-renteconstructies, teakhout, provisieverbod en wat al niet, hij kwam het allemaal tegen – met gemengde gevoelens. Voor ons auditors is zijn terugblik interessant omdat het stof tot nadenken geeft. Wanneer is toezicht (of audit) effectief? Hoe om te gaan met nieuwe ontwikkelingen? Wat vraagt de maatschappij? Welk mandaat heb je of pak je – welke morele afwegingen spelen daarbij een rol? Wat zijn persoonskenmerken van de toezichthouder?

Titel Toezicht als beroep

Auteur Theodor Kockelkoren

Uitgever/jaar Gentian Publishing, 2016

ISBN 978-90-825362-0-1, 135 pp, www.toezichtalsberoep.nl

Te verkrijgen via de boekhandel of via info@toezichtalsberoep.nl

Idealistisch toezicht

Kockelkoren neemt de lezer stap voor stap mee langs dilemma’s en inrichtingsvraagstukken die bij toezicht komen kijken. Zo gaat hij in op het verschil tussen niet-idealistisch en idealistisch toezicht. Voorstander van de eerste vorm van toezicht zijn ‘puriteinse liberalen’ en degenen die verantwoordelijkheid dragen in onder toezicht staande instellingen. Zij vinden dat toezicht beperkt moet zijn tot ‘de uitvoering van de wet en niets meer’. Kockelkoren legt hiervan de tekortkomingen bloot met voorbeelden over falende zelfregulering en milieuregelgeving binnen een democratie. In contrast hiermee betoont de schrijver zich een bevlogen toezichthouder. Immers, zo betoogt hij, de grondtoon van toezicht is idealisme – hij (de toezichthouder) wil vanuit een ideaalbeeld de maakbare samenleving realiseren. Het grootste deel van het boek gaat over wat een idealistische toezichthouder is, en de voorwaarden waaronder die goed kan functioneren.

Hij definieert de vijf eigenschappen van een goede toezichthouder: een goede inborst, wijsheid, moed, balans en optimisme. De eigenschap ‘moed’ stemde mij tijdens het lezen somber. Is het nodig dat ‘moed’ als een prominente eigenschap wordt vermeld? De voorbeelden van tegenwerking van de toezichthouder zijn (on)smakelijke kost om te lezen maar voelen ongemakkelijk: het ter discussie stellen van competentie, eindeloos traineren, ‘we bellen je baas’ (de minister). De sfeer die ontstaat alsof de onder toezicht staande organisatie een gedupeerde is, en de toezichthouder roekeloos aan het meppen is – volslagen bezijden de realiteit.

Te vuur en te zwaard

De financiële sector heeft zich de afgelopen jaren niet altijd van zijn beste kant laten zien. Een rechte rug en proactief ingrijpen is wat de samenleving verlangt – en de toezichthouder biedt dat ook. Gelukkig zijn er genoeg voorbeelden van positieve effecten van de toezichthouder, zoals de afschaffing van het provisieverbod met een gemiddelde besparing voor klanten van € 2.000,– per hypotheek (hoewel – anekdotisch in het boek vermeld – de sportsponsoring door intermediairs hierdoor hard getroffen schijnt). Het dashboard ‘Klantbelang Centraal’ op de website van de AFM stimuleert dat financiële instellingen hun klanten serieus nemen. Kockelkoren heeft het te vuur en te zwaard bevochten. Maar op veel expliciete waardering uit de maatschappij voor dergelijke wapenfeiten hoeft de toezichthouder niet te rekenen, zo blijkt keer op keer.

In het slothoofdstuk filosofeert Kockelkoren over de effectiviteit van toezicht, het wenselijke mandaat en de verantwoordelijkheid van de toezichthouder. Hij blikt terug op ontwikkelingen in de sector en maatschappij. Meer regels? Deregulering? Toezicht in onze samenleving beweegt mee met de ontwikkelingen in democratie en de wereld constateert de auteur. Dit pakt niet voor iedereen merkbaar beter uit. ‘Hoe dan wel’ is een vraag die wellicht in een volgend boek wordt beantwoord.

Waarom dit boek lezen?

Het boek geeft een boeiend kijkje in de keuken van de toezichthouder. Wat gebeurt er, hoe zijn dossiers gegroeid en verwerkt? Wat waren de hoofdpijndossiers en welke successen werden geboekt? Het kan niet anders of Kockelkoren heeft zich tijdens het schrijven voortdurend ingehouden om personen te sparen. Terecht. Desalniettemin valt er genoeg te overdenken over het gedrag van de organisaties onder toezicht. Zouden ze nou echt niet geweten hebben wat de nadelen voor klanten waren? Zou een bankmedewerker zo’n verzekering/hypotheek/spaarproduct nou ook aan zijn moeder aanbevelen? Het is moeilijk voor te stellen.

Ook dringt zich de vergelijking met het auditberoep op – denk niet alleen aan financial auditors, maar ook aan IT-auditors die betrokken zijn bij de jaarrekeningcontrole. De AFM aarzelt niet om zich in problemen vast te bijten en daarna, als het nodig is, door te bijten. Dit gebeurt uiteindelijk publiekelijk, soms worden geschillen zelfs tot bij de rechter uitgevochten. Ik kan me niet heugen iets vergelijkbaars tussen klanten en hun auditkantoor te hebben aanschouwd. Zo’n strijd zal geen prettig gezicht zijn, maar zou de indruk wegnemen dat ‘als je maar bijbetaalt, auditors toch altijd aftekenen’. Wellicht een aanbeveling om het vertrouwen van het publiek terug te winnen? Een beetje meer moed zou de auditors niet misstaan.

Tot slot

De tekst is bijzonder toegankelijk geformuleerd. Als een Griekse filosoof pelt Kockelkoren voors en tegens af, zet een goed te volgen redenering op, geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Empirische onderbouwing en formele theorievorming toevoegen zou het betoog kunnen versterken … maar dat kan alsnog in een dissertatie gebeuren – aanbeveling van de recensent.

Alles in ogenschouw nemend, worden nut en noodzaak van toezicht helder en overtuigend gepresenteerd.

Geen categorie

Drs. J. (Job) Stierman RE EMoC CGEIT CISM | Adviseur voor vraagstukken met betrekking tot compliance, governance, projectbeheersing en informatiebeveiliging